Terugkijken op het eerste halfjaar 2025

Terugkijken op het eerste halfjaar 2025

2 juli 2025

Het eerste halfjaar is voorbij. Een half jaar waarin de verkeersslachtoffers werden geregistreerd, waarin we bij elkaar kwamen als werkgroep en waarin iedereen momenteel druk is met monitoren van dassen en burchten. En dat levert soms leuke verhalen op. Want wanneer en door wie werden de eerste jonge dasjes gezien? En hoe zat het ook al weer met de tijd dat de jongen zogen? Eind april begin mei kwamen de jonge dasjes in beeld, meestal nog schuchter achter de moeder aan. Er werden echter ook enkele keren zogende vrouwtjes dood gevonden langs de weg. Zoektochten naar jonge dasjes die mogelijk hongerig uit de burcht kwamen leverden niets op. Dasjes zogen tot een week of 12 bij de moeder, maar na 8 weken beginnen ze ander voer te ontdekken. Pas na die 12 weken kunnen ze zichzelf redden. Bij onze “dassenburen” in Noord Drenthe werd een jong, vermagerd en verzwakt dasje gevonden en naar de Fugelhelling gebracht. Daar is het diertje weer aangesterkt met de bedoeling het in dezelfde regio terug te plaatsen. Ook dat komt voor en dan is het prachtig dat er een klein leventje wordt gered.
(inmiddels is bekend dat het dasje begin augustus is teruggeplaatst!)

Onbedoeld werden er twee keer achter elkaar dezelfde dodelijke slachtoffers gemeld. Twee dassen, tegelijk dood (hoe krijg je het voor elkaar…wat is er gebeurd?). Zoals gebruikelijk is de dierenambulance ingeschakeld om de dassen op te halen. Men vroeg nog of ze de dassen terug konden geven aan de natuur, waar we mee instemden. Een uurtje daarna kwam er een melding binnen vanaf dezelfde plek: wéér twee dode dassen gevonden, nu aan de overkant van de weg, in een droge sloot. Navraag leerde dat de ambulancemedewerkers de (eerste) slachtoffers daar hadden neergelegd. Zo zie je maar dat goede contacten en korte lijntjes van groot belang zijn! Meerdere keren, wanneer het in de buurt was of de dierenambulance had het erg druk, heb ik zelf dode dassen opgehaald. In een bos ergens in de buurt kregen ze hun laatste rustplaats. De natuur ontfermt zich er over .

Intussen kwamen er steeds meer mooie filmpjes van vaak spelende dassen, van vosjes die er toevallig ook waren en van wasbeerhonden. Deze laatste soort bewoont inmiddels ook onze provincie, waar we maar wat trots op kunnen zijn.  Eén van de laatste filmpjes liet zien dat er ergens een das rondhinkelde met een gewonde voorpoot. De klauw miste eraf , maar ze leek zich te kunnen redden met het stompje voet.

Wanneer er twijfel was rond het geslacht van een slachtoffer, bleek de appgroep van waarde te zijn. Ook in het geval van mogelijk verweesde dasjes kwam menigeen met goeie tips.
Het tellen en monitoren op zich lijkt voor iedereen weer anders te verlopen. De meesten werken met camera’s en dan ontdek je soms leuke dingen. Je gaat ze leren kennen aan hun loopje , houding of ander opvallend kenmerk. En soms komen er onverwachte gasten in beeld. Zoals de eerder genoemde ree, vos of andere marterachtigen. Een enkele keer is er een wolf gespot, zelfs eens drie jonge wolven die speelden in een weiland waar ook koeien rondliepen. Het was duidelijk te zien dat de wolven spelenderwijs hun jachttechnieken oefenden en dat de koeien verstandig als ze waren, naar de inloopstal gingen. De ene soort gaf plek aan de andere soort.

Al met al heeft het monitoren een grote meerwaarde voor het vergaren van kennis over de das en het leefgebied. We hopen hier nog vele jaren mee door te gaan, om zoveel mogelijk data te verzamelen. Zinvol voor vele instanties, terreineigenaren en -beheerders in de zoektocht naar wat nu de gunstigste staat van instandhouding van de das is. Maar er zijn meer, misschien nog wel belangrijker aspecten:
* Mensen laten beseffen dat we in gezelschap van deze prachtige dieren mogen leven, met respect voor elkaar.
 
* Ontdekken welke leef-omstandigheden nodig zijn voor de dassen en hier op sturen.