Witte reiger
Februari 2026
De grote zilverreiger. Of: de witte reiger. De witte engel. Er zijn veel benamingen voor deze majesteit. Iedere winterperiode komt hij het grauwe landschap opsieren. Hij valt op, zo naast of in de sloot. Of in het raaigrasland. Het maakt hem niks uit, hij zoekt eten.
Kom ik in de ochtend achter bij de stallen dan staat hij er al. Ja, hij houdt me in de gaten, net als ik hem beloer vanachter een boom. We hebben een evenwicht gevonden. Hij gaat zijn gang en ik geniet van zijn aanwezigheid zonder te storen.
De Witte heeft meerdere betekenissen. Men noemt hem brenger van geduld, hij visualiseert datgene wat hij verlangt en wacht. In de Bijbel staat hij voor dankbaarheid en tevredenheid. Vogelaars zien een reiger met witte veren die de kou ontvlucht en hier overwintert. Of het is blijvertje die hier al gewend is. Standvastig en tevreden.
Wat is een naam, wat zegt dat? Deze mooie witte heet Grote zilverreiger. Die andere , grijze reiger, heet Blauwe reiger. Je hebt ook nog de koereiger….lijkt echt niet op een koe.
Namen kunnen soms heel goed passen. Het is altijd leuk te ontdekken dat ene Graafland bij Landschapsbeheer werkt. Vaak heeft een naam wel iets te maken met het beroep. Groen is zo’n achternaam die je tegenkomt bij hoveniers, of boswachters. Als je er op let, zie je overal verrassende combinaties.
Het klopt bij genoemde vogels dus niet altijd. Dan word je op het verkeerde been gezet en is er soms een kind nodig om te vragen waarom die witte reiger Zilverreiger heet.. Een roodborstje mag zo heten vanwege die mooie rode borst. Zie je een blauwborstje , ja duidelijk, die heeft een blauwe borst. Waarom heet een koolmees dan geen geelborstje??? Logica in flora en fauna is soms ver te zoeken.
De Witte komt niet in een tuin, tenzij hij onbespied een muisje of kikker kan vangen. Andere vogels komen wel. We lokken ze massaal met voer wat we in de tuinen strooien, het zijn bijna huisvrienden geworden. Al die mussen, vinken, merels, mezen, kauwtjes, duiven. Het is een lekkerland voor ze, de gemiddelde tuin in Nederland. Voer strooien gebeurt tegenwoordig jaarrond. De verkopende merken haasten zich te vertellen dat dat echt wel kan. Sterker nog, het is noodzakelijk. Onze natuur is immers zo verarmd…. Maar wie worden er rijk van al dat tuinvogelvoer?
in Engeland hebben ze becijferd dat er miljoenen wordt uitgegeven aan de zaden, pindapotjes, pindanetjes, mezenbollen en de aanverwante prullaria waar het in wordt gestopt. Er wordt zoveel gevoerd, voor iedere vogel is dat drie keer de hoeveelheid die ze ‘nodig’ hebben. Het zal in ons land niet veel anders zijn.
Ooit hoorde ik een vluchteling uit Afrika met verbijstering in zijn stem zeggen dat die Nederlanders voedsel (zaden,granen, noten) in de tuin strooien. Mensenvoedsel in zijn ogen.
Waar zijn we mee bezig?
Het kan natuurlijk wel anders. In plaats van al dat voer zou je je tuin kunnen aanpassen. Plant meer struiken of bomen met bessen, zorg dat de zaden in de herfst aan de planten blijven, ruim niet op want op de grond vinden merels insecten, larven e.d. tussen de bladeren. En dan zie je dat dat extra voer helemaal niet nodig is. De vogels komen heus wel en zoeken het voer dat in de natuur voorhanden is. Ja, ook de muizen en ratten horen daarbij. En de kikkers in de vijver.
Natuur is niet altijd het mooie plaatje uit het tuinvogelboek. Vogels zijn onderdeel van ‘wilde’ dieren. Ook die bijzondere witte reiger. Een muisje, een kikker of een visje, hij redt zich wel.
En nou ja, vooruit, bij de landelijke tuinvogeltelling in januari strooien we wat extra. Want tellen , dat willen we wel. Of de vogels daar echt beter van worden is maar de vraag.